Verantwoord omgaan met WIFI en GSM-straling op school

Een tijdje gelegen kregen wij via elke school een boekje in verband met straling van Wi-Fi en gsm. Het boekje kan je ook online raadplegen en downloaden via deze link. Voor diegene die geen zin hebben om het te lezen. Ik heb geprobeerd van het hieronder samen te vatten en een voorzichtige conclusie geschreven.

1.     Technologie

Vooraleer we kunnen gaan praten over de gevaren of niet gevaren van Wi-Fi en gsm-straling is het misschien toch belangrijk om te weten waarover we het hebben.

Wi-Fi en gsm-straling is elektromagnetische straling. Deze straling is minder gevaarlijk dan ioniserende straling. Ioniserende straling is onder andere de straling die gebruikt wordt bij röntgenstralen en radioactieve straling. Ioniserende straling bevat veel energie en kan daarom cellen in het lichaam beschadigen. Hierdoor kunnen ziektes zoals bijvoorbeeld kanker ontstaan. Elektromagnetische straling bevat niet zoveel energie en heeft dus niet zulke invloed op cellen in ons lichaam. De overgang tussen ioniserende straling en niet-ioniserende straling (elektromagnetische straling) wordt gevormd door Ultraviolette straling. Elektromagnetsiche straling ontstaat door een wisselwerking tussen elektrische straling en magnetische straling. Zo is er rond een elektriciteitskabel die naar een lamp gaat een elektrisch veld aanwezig, ook al staat de lamp uit. Als elektrische ladingen bewegen ontstaan er magnetische velden. Als de lamp aanstaat ontstaat er dus een elektromagnetisch veld.

frequentie van elektrische toestellen

1.1 Hoe werkt een GSM netwerk

Een GSM maakt verbinding met een zendmast. De overdracht van informatie verloopt via elektromagnetische straling en gaat in 2 richtingen: van de gsm naar de zendmast en omgekeerd. Het GSM-toestel past het zendvermogen automatisch aan zodat steeds met een zo laag mogelijk vermogen contact wordt gehouden. Zo gaat de batterij langer mee. Ook de zendmast past zijn vermogen aan. Afstand speelt hierbij een belangrijke rol. Hoe dichter bij de zendmast, hoe minder zendvermogen je gsm-toestel en antenne nodig hebben en dus ook des te minder elektromagnetische straling.

Net als bij radio- of televisie-antennes maakt het gsm-netwerk gebruik van elektromagnetische straling om informatie over te dragen. De gsm maakt contact stuurt berichten of gesprekken naar een zendantenne die de informatie via een ondergronds netwerk doorstuurt naar vaste telefoons of naar zendantennes voor een andere gebruiker.

De antenne van een gsm-toestel ontvangt en zendt elektromagnetische straling. Hoe verder men verwijdert is van een antenne tijdens het bellen, hoe sterker de gsm een signaal verzendt. Het gsm-toestel zendt alleen wanneer het aan staat. In stand-by zendt het af en toe een signaal om aan de zendmast te laten weten waar het zich bevindt.

De hoeveelheid straling wordt uitgedrukt in SAR-waarden (Specific Absorption Rate). Dit staat voor specifiek absorptie tempo. De hoeveelheid energie die wordt opgenomen in het lichaam per tijdseenheid en per kilogram gewicht. Het wordt uitgedrukt in Watt per kilogram (W/kg). De SAR-waarde van een gsm-toestel geeft dus aan hoeveel energie het toestel maximaal af kan geven aan het lichaam. Dus des te hoger deze waarde, des te meer energie kan afgegeven worden.

Deze gegevens kan je vinden bij de gebruiksaanwijzing van je toestel of op de website van de producent. Soms wordt enkel aangegeven dat het toestel voldoet aan de SAR-waarden. Het maximum bedraagt 2W/kg.

1.2 Hoe werkt een Wi-Fi – netwerk

Draadloze netwerken (WLAN, Wireless Local Area Networks) maken meestal gebruik van de Wi-Fi-standaard. Dit is een standaard die omschrijft op welke manier draadloze netwerken, toestellen of computers informatie overbrengen via elektromagnetische straling.

Bij Wi-Fi op school ze een access point of router (kastjes met de antennes die aan plafond ofzo hangen) het internetsignaal dat via een kabel komt om in een draadloos signaal. WiFi-apparatuur is uitgerust met antennes die radiogolven ontvangen en uitzenden. Wi-Fi maakt gebruik van frequenties in de 2,4GHz en/of 5,0GHz band. Wanneer een access point geen data verzend, wordt er toch af en toe een signaal verzonden (het baken). Draadloze netwerken zijn zo gevoelig dat ze zelfs bij een zeer laag signaalniveau kunnen werken. Omdat de vemogens zo laag zijn, is de blootstelling aan straling ook laag. Bij Wi-Fi is de SAR-waarde tussen de 0,06 W/kg en 0, 81W/kg. Zowel de zender als de Wi-Fi-apparatuur veroorzaken een veel lagere blootstelling dan de blootstelling aan een gsm-toestel tijdens het bellen.

1.3 Technologieën om draadloos te communiceren

  • GSM: Klassieke gsm-technologie, gebruikt op 900 en 1800MHz. 900MHz-antennes kunnen een groot gebied bedienen, 1800Mhz hebben een kleiner bereik, maar hier kunnen meer mensen tegelijkertijd op aanmelden.
  • 3G: een andere manier dan gsm om data en gesprekken te verzenden die beter geschikt is om mobiele data zoals internet en video over te dragen. Wordt gebruikt op 900MHz en 2100MHz.
  • 4G: Maakt nog snellere data overdracht mogelijk. Operatoren willen er dit jaar mee starten.
  • WiMax: antennes voor draadloos internet die je kan terugvinden in grote steden zoals bv. Gent en Antwerpen.

 

In onderstaande tabel het maximum zendvermogen.

·            

 

Toepassing

Maximaal zendvermogen

(Watt)

Gemiddeld vermogen

(Watt)

TV-zender

1.000 – 10.000

n.v.t.

Gsm-zendantenne

10 – 100

0,25

Gsm-toestel

2

Variabel

Babyfoon

0,5

Variabel

DECT-telefoon

0,25

0,01

DECT-basisstation

0,25

Variabel

Wi-Fi apparaat (bv. wireless  access point)

0,2

Variabel

Laptop met Wi-Fi

0,1

Variabel

Bluetooth Klasse I

0,1

Variabel

Bluetooth Klasse II

0,0026

Variabel

Bluetooth oortje

0,001

Variabel

2.     Wetgeving

2.1.          Vlaamse norm

Cumulatieve norm

De blootstelling aan straling mag niet hoger zijn dan de norm in onderstaande tabel. De norm is een grenswaarde voor de elektrische veldsterkte (in Volt per meter) die op een bepaalde plaats gemeten kan worden. De norm voor lagere frequenties is strenger omdat lage frequenties gemakkelijker worden opgenomen in het lichaam. Het is een cumulatieve norm omdat op een bepaalde plaats misschien frequenties van verschillende oorsprong kunnen samen vallen. Deze norm geldt op alle publiekelijke plaatsen (straten, parken, scholen, ziekenhuizen, …) Operatoren kunnen wel een veiligheidszone afbakenen per zendmast waar niemand mag komen.

 

Frequentie antenne (MHz)

Elektrische veldsterkte (V/m)

toepassing

380

14

Astrid

(communicatiehulpdiensten)

900

21

Gsm

1800

29

Gsm

2100

31

3G

2400

31

Wi-Fi

3500

31

WiMax (draadloos internet)

5200

31

Wi-Fi

 

 

Norm per antenne voor zendantennes

Naast de hoeveelheid elektromagnetische straling door zendantennes bestaat er ook een norm per zendantenne voor gsm-antennes en antennes voor draadloos internet. Die norm zorgt voor een extra beperking van de blootstelling. Als er bijvoorbeeld 3 antennes van 900MHz op een mast staan, moet elke antenne voldoen aan 3V/m. De gezamenlijke blootstelling van deze 3 antennes kan wel hoger zijn.

 

Frequentie antenne (MHz)

Elektrische veldsterkte (V/m)

toepassing

900

3

Gsm

1800

4

Gsm

2100

4,5

3G

2400

4,5

Wi-Fi (draadloos internet)

3500

4,5

WiMax (draadloos internet)

5200

4,5

Wi-Fi (draadloos internet)

 

Conformiteitsattesten voor zendmasten

De antenne-eigenaar moet voor het in werking treden van de installatie een conformiteitsattest aanvragen bij de Vlaamse Overheid. Hierna wordt de hoeveelheid straling gecontroleerd om te zien of deze wel binnen de normen valt.

Zendmasten beter buiten de bebouwde kom?

Hoe verder je van een zendmast verwijderd bent, hoe harder zowel de antenne als je gsm moeten moeite doen en dus meer elektromagnetische straling gebruiken. Dus als ze buiten de bebouwde kom zouden staan zou er veel meer blootstelling zijn aan elektromagnetische straling.

Productnormen

Er zijn ook productnormen voor elektronische apparatuur zoals gsm, draadloze telefoons en draadloze netwerkapparatuur (WiFi). Deze moeten voldoen aan de Europese R&TTE-richtlijn 1999/5/EG. Deze richtlijn legt essentiële vereisten inzake het voorkomen van storingen en inzake de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de gebruiker en van andere personen. De producent moet aantonen dat zijn producten aan deze normen voldoen.

Deze norm wordt uitgedrukt in SAR-waarden (Watt/kg). Dit geeft weer hoeveel Watt straling een lichaam per kg gewicht mag absorperen.

  • 2W/kg voor blootstelling van het hoofd en de romp (gem. over 10 g lichaamsweefstel)
  • 4W/kg voor blootstelling van ledematen (gem. over 10 g lichaamsweefsel)
  • 0,08W/kg voor blootstelling over het ganse lichaam (er wordt een lichaamsgemiddelde genomen)

Wi-Fi access points en de normen

Vast opgestelde acces points moeten voldoen aan de norm voor zendmasten. Meestal is een conformiteitsattest niet nodig omdat deze toestellen een laag zendvermogen hebben.

 

 

3.     Gezondheidseffecten

3.1.          Wat zegt wetenschappelijk onderzoek

Als rapporten van wetenschappelijk onderzoek worden samengelegd, dan is de conclusie dat wetenschappelijk onderbouwd onderzoek niet kan bewijzen dat elektromagnetische straling van toepassingen zoals gsm, zendantennes, draadloos internet en draadloze telefoons (DECT-telefoon) schadelijk is op voorwaarde dat de normen niet overschreden worden.

Wetenschappers kunnen op dit moment echter nog geen uitspraken doen over lange termijneffecten omdat draadloze toepassingen nog niet zolang zo intensief gebruikt worden. Onderzoek hiernaar werd al opgestart, maar de resultaten zullen pas over een paar jaar bekend zijn. Op proefdieren en op cellijnen is al wel onderzoek verricht op lange termijn. Op basis van dit onderzoek verwachten wetenschappers geen effecten op lange termijn.

Kinderen vormen een bijzondere doelgroep wanneer het gaat over mogelijke effecten op de gezondheid. Er zijn echter geen aanwijzingen dat bij de huidige normen die zijn vastgelegd voor zendantennes, gsm’s,… er gevaren zouden zijn voor de gezondheid van kinderen.

 

3.2.          Het voorzorgsprincipe

Het voorzorgsprincipe bepaalt dat, wanneer er een ernstig risico mogelijk is, wetenschappelijke onzekerheid zeker niet mag gebruikt worden als reden om maatregelen ter voorkoming van het mogelijke risico uit te stellen.

In de praktijk zijn de meeste voorkomende maatregelen:

  • Verbod: een risico niet meer toestaan en dus uit voorzorg alle mogelijk risico vermijden
  • ALARA (as low as reasonably achievable): Zo laag als redelijkerwijs mogelijk is. Maatregelen om blootstelling te beperken moeten genomen worden als het enigszins mogelijk is om de risico’s zo klein mogelijk te maken.
  • BBT (best beschikbare techniek): op zoek gaan naar de best beschikbare technieken
  • Prudent Avoidance of verstandig vermijden: het nemen van eenvoudig en gemakkelijk uit te voeren, goedkope maatregelen om blootstelling aan elektromagnetische straling te voorkomen ook al is er geen aantoonbaar risico aanwezig.
  • Acceptatie: het aanvaarden van een risico zonder er iets aan te doen.

 

4.     Conclusie

Momenteel is er dus een maatregel van acceptatie. Er is volgens mij ook niets mis mee aangezien de risico’s laag zijn zoals blijkt uit wetenschappelijk onderzoek. Doch is het verstandig vermijden geen overbodige luxe volgens mij. En moeten we de leerlingen attent maken op de ‘gevaren’ en mogelijke risico’s van het gebruik van gsm en WiFi. We moeten op schoolniveau of scholengemeenschapniveau een visie uitstippelen die ons hier misschien bij kan ondersteunen zodat de leerkrachten en de leerlingen weten waar ze aan toe zijn. Het boekje geeft hierbij ook een soort leidraad met voorstellen. Deze heb ik in deze samenvatting niet opgenomen. In het document dat ik op internet vond staat dit eigenlijk goed samengevat met een aantal reflectievragen die in het boekje ook naar voor komen. Voor nog mee informatie kan je ook deze PowerPointvoorstelling van Rita Van Durme van het departement onderwijs en vorming.

 

Print Friendly, PDF & Email

Reageren is niet mogelijk