Dossier Cyberpesten

Bron: http://mediawijs.be/dossiers/dossier-cyberpesten

Klik op de link hierboven voor nog meer info rond cyberpesten

ADVIES VOOR SCHOLEN EN LEERKRACHTEN

Verstrengeling on- en offline contact

Wie vandaag met jongeren omgaat, kan er niet om heen: het sociale leven van tieners speelt zich verstrengeld af in de on- en offline wereld. ICT bekleden een prominente rol in hoe zij met elkaar omgaan en communiceren. Afspraakjes maken, spellen spelen, schooltaken uitvoeren, foto’s delen, vriendschappen onderhouden, intimiteit delen, ruzies en conflicten uitvechten, pesten, … dat alles gebeurt vandaag via ICT.

Met deze verstrengeling van het online en offline leven in het achterhoofd, hoeft het dus niet te verbazen dat onderzoekers een grote overlapping aantreffen tussen klassieke vormen van pesten en cyberpesterijen. Een aanzienlijk deel van de Vlaamse jongeren krijgt af te rekenen met cyberpesterijen. Veel van deze slachtoffers zit bovendien tegelijk opgescheept met pesterijen in het offline leven.   Een kleinere groep, waartoe in dit geval ook populaire leerlingen behoren, wordt exclusief gecyberpest.

 

Nieuwe accenten in schoolaanpak

De zonet beschreven nieuwe sociale realiteit dwingt leerkrachten en scholen tot het actualiseren van het curriculum en van het schoolbeleid. Lessen en activiteiten die leerlingen inzicht geven in de werking van ICT en die hen op het vlak van  e-safety, mediawijs handelen en nettiquette ruggensteun geven, zijn vandaag geen overbodige luxe. Scholen voelen zich bovendien genoodzaakt hun antipestbeleid aan te vullen met componenten die rechtstreeks verwijzen naar cyberpesten.

Sommige Vlaamse scholen beschikken vandaag ook over “referentieleerkrachten”. Dit zijn schoolinterne professionals  die leerlingen (maar ook leerkrachten en ouders) met raad en daad bijstaan bij het voorkomen, melden en aanpakken van cyberpestproblemen. Deze leerkrachten combineren ICT-kennis en -vaardigheden met begeleidingscompetenties en onderhouden vanuit hun rol een goed contact met alle relevante actoren binnen maar ook buiten de school (bv. preventiediensten, lokale politie, regionale computer crime unit).

 

De integrale schoolaanpak (‘Whole School Approach’)

Scholen die (cyber-)pestproblemen ten gronde wil aanpakken, trekken bij voorkeur de kaart van de “Whole School Approach”. Deze aanpak waarbij sprake is van een brede, volgehouden mix van initiatieven, richt zich tot alle schoolactoren (leerlingen, leerkrachten, ouders, nabije schoolomgeving) en bestrijkt alle dimensies van het schoolgebeuren. Een sterk en ingrijpend beleid combineert acties en initiatieven die (a) het positief team-, klas- en schoolklimaat bevorderen, (b) de brede doelgroep van leerlingen, leerkrachten en ouders preventief versterken, (c) de risicofactoren van cyberpesten beperken of neutraliseren en (d) de incidentaanpak en -afhandeling zo doeltreffend en kwaliteitsvol mogelijk helpen maken. Informeren, sensibiliseren, structurele versterkingen aanbrengen, oplossingsvaardigheden versterken, geëscaleerde conflicten en pesterijen ombuigen, … dat alles maakt deel uit van deze integrale schoolaanpak.

Evaluatiestudies van beproefde anti-cyberpestprogramma’s maken duidelijk dat scholen die breed inzetten en de (cyber)pestthematiek ook in de diepte uitwerken, de beste resultaten neerzetten. In deze scholen zijn er minder (cyber)pestslachtoffers, wordt er minder ge(cyber)pest en verbeteren de contacten tussen de leerlingen onderling en tussen de leerlingen en de leerkrachten. Deze verbeteringen komen niet alleen het welbevinden van leerlingen en leerkrachten ten goede maar dragen indirect ook bij tot het versterken van de leercondities.

Hieronder geven we een aantal adviezen die kunnen helpen bij de ontwikkeling van een aanpak tegen (cyber)pestgedrag. Eerst bespreken wat er op het niveau van de school kan gebeuren en vervolgens geven we ook specifieke tips waarmee individuele leerkrachten verder aan de slag kunnen.

 

Adviezen in verband met de schoolaanpak van cyberpesten: aanpak op school- en leerkrachtenniveau

 

Adviezen op schoolniveau

Een analyse van goede praktijkprogramma’s levert volgende adviezen op voor scholen:

1. KIES VOOR EEN DUURZAME, VOLGEHOUDEN AANPAK als onderdeel van de hele schoolwerking en blijf weg van de eenmalige acties.

2. STEL EEN WERKGROEP SAMEN die de steun krijgt van de schooldirectie en die de hele anti(cyber)pestwerking coördineert, bewaakt en aanstuurt.

3. MAAK WERK VAN EEN VISIETEKST EN SCHOOLWERKPLAN inzake (cyber)pesten. Integreer dit plan in het bestaande antipest- en pestpreventiebeleid van de school.

4. STREEF NAAR EEN GOEDE SAMENWERKING EN DIALOOG MET DE OUDERS. Informeer ouders over de schoolaanpak en verduidelijk de wederzijdse verwachtingen en afspraken.

5. INFORMEER EN BETREK LEERKRACHTEN, LEERLINGEN EN OUDERS bij het uittekenen, uitvoeren en evalueren van het schoolbeleidsplan inzake (cyber)pesten. Integreer alle afspraken in een positief sociale media- en antipestprotocol.

6. MAAK WERK VAN HET POSITIEF OMGAAN TUSSEN EN MET DE LEERLINGEN.

7. ZORG VOOR EEN HELDERE, GOED AFGEBAKENDE ZORGSTRUCTUUR waarin alle betrokkenen hun plaats vinden en verduidelijk wie welke verantwoordelijkheid draagt.

8. ORGANISEER OP REGELMATIGE TIJDSTIPPEN ÉÉN OF MEER SCHOOLBEVRAGINGEN (focusgroepen, vragenlijsten, …) om de omvang van (cyber)pesten en aanverwante problemn na te gaan. Analyseer ook welke vorderingen er worden gemaakt.

9. INSTALLEER MEERDERE, LAAGDREMPELIGE MELDPUNTEN die zich richten tot alle betrokkenen en evalueer hun werking.

10. ZORG VOOR ADEQUAAT TOEZICHT OP DE SPEELPLAATS/HET SPEELPLEIN EN COMBINEER DIT MET EEN GEVARIEERD SPEL- OF ACTIVITEITENAANBOD. Organiseer ook rustige zones voor leerlingen die hier nood aan hebben.

11. BLIJF DOELGERICHT INZETTEN OP DE PROFESSIONALISERING VAN ALLE LEERKRACHTEN EN VAN AL WIE  LEERLINGEN BEGELEIDT OF ONDERSTEUNT. Leerlingen waarderen het als hun leerkrachten over voldoende ICT-kennis beschikken en belangstelling tonen voor hun activiteiten op het internet.

12. BOUW EXTRA LESSEN IN over e-safety, mediawijs handelen, nettiquette en cyberpesten (definitie, impact, wetgeving, schoolaanpak, tips voor leerlingen, …).

13. EXPLICITEER DE WIJZE WAAROP DE SCHOOL (CYBER)PESTPROBLEMEN AANPAKT. Zorg er voor dat die aanpak stroomlijnt met het pedagogisch project van de school.

14. VUL HET ANTIPESTPLAN OF ANTIPESTPROTOCOL VAN DE SCHOOL AAN MET COMPONENTEN DIE RECHTSTREEKS VERWIJZEN NAAR (DE AANPAK VAN) CYBERPESTERIJEN. Expliciteer wat er (minimaal) van iedereen wordt verwacht en waar/bij wie men terecht kan in geval van  vragen of problemen.

15. BOUW EEN NETWERK UIT VAN SCHOOLNABIJE, EXTERNE HULPVERLENERS waarop je – zo nodig – een beroep kan doen.

 

Adviezen op leerkrachtenniveau

1. TOON BETROKKENHEID

Leerkrachten zijn de dragende pijlers van het opvoedingsproject en het leergebeuren binnen de school. Hun samenspel, motivatie, vakdidactische en pedagogische bekwaamheid bepaalt in grote mate de resultaten die de school bereikt.

Om leerlingen mediawijzer te maken en beter gewapend in het voorkomen of in de kiem smoren van (cyber)pesterijen is het nodig hun kennis, vaardigheden, sociaal-emotionele intelligentie en zin voor verantwoordelijkheid aan te scherpen. Leerkrachten hebben er alle voordeel bij om voeling te houden met het mediagebruik van hun pupillen. Wat niet betekent dat leerkrachten per se even actief moeten zijn op alle favoriete platforms of thuis moeten zijn in alle applicaties die leerlingen graag gebruiken.

Essentieel is dat leerkrachten in dialoog gaan en openingen creëren – in en buiten het formele lessenkader – om met leerlingen in gesprek of discussie te gaan. Dat laat toe om geïnformeerd  te blijven, betrokkenheid uit te drukken, signalen op te vangen, waardering te tonen of waarschuwend tussenbeide te komen, mocht dat nodig blijken. Zeker op momenten dat het fout loopt, kunnen jongeren advies en steun gebruiken.

2. HANDELINGSBEREIDHEID VERSTERKEN

Wie van leerkrachten verwacht dat ze een actieve rol opnemen, moet weten dat hun handelingsbereidheid afhankelijk is van …

  1. De mate waarin de leerkracht/begeleider gelooft in de effectiviteit van de door hem of haar gehanteerde strategie;
  2. De mate waarin de leerkracht/begeleider de ernst en impact van cyberpestproblemen erkent;
  3. De mate waarin de leerkracht/begeleider zich bekwaam acht om cyberpest-problemen te herkennen en er gepast mee om te gaan;
  4. De mate waarin de leerkracht/begeleider zich relationeel vaardig toont en in staat is om een zorgende, open houding aan te nemen en begrip te tonen voor de keuzes die leerlingen maken (autonomie geven)

Scholen doen er daarom goed aan hun cyberpestaanpak zorgvuldig uit te schrijven, grondig te motiveren en aan te geven wat van elk personeelslid wordt verwacht.

 

Ik wil in mijn lessen aandacht besteden aan de kansen en risico’s van digitale media. Hoe pak ik dit aan?

Leerkrachten die in hun lessen aandacht willen besteden aan positief mediagebruik en (het voorkomen van) cyberpesten, kunnen zich afstemmen op volgende concrete adviezen en tips:

1. TOON INTERESSE IN HET MEDIAGEBRUIK EN DE NIEUWE SOCIALE OMGANGS- EN COMMUNICATIEVORMEN VAN JE LEERLINGEN. Creëer gespreksmomenten en nodig hen uit tot reflectie en debat.

2. SCHEP MOGELIJKHEDEN OM DE KANSEN EN RISICO’S VAN DIGITALE MEDIA TE BESPREKEN en ga samen met hen op zoek naar de wenselijke nettiquette.

3. INTRODUCEER RISICO’S DIE BUITEN HET GEZICHTSVELD VAN DE JONGEREN BLIJVEN of die door hen voorlopig geminimaliseerd worden. Expliciteer om welke risico’s het gaat en wijs op de mogelijke gevolgen en de impact van  (hun) risicogedrag.

4. BESPREEK ZEKER OOK DE KWALIJKE GEVOLGEN VAN (CYBER)PEST-GEDRAG OP DE SLACHTOFFERS EN HUN OMGEVING. Verduidelijk het streven van de cyberpestkoppen en de erg bepalende rol van de omstaanders.

5. GA MET DE LEERLINGEN OP ZOEK NAAR GEPASTE, VEILIGE EN EFFECTIEVE STRATEGIEËN om afstand te nemen van (cyber)pestgedrag.

6. BETREK DE LEERLINGEN ACTIEF  BIJ HET NADENKEN OVER EN EVALUEREN VAN PREVENTIEVE EN REMEDIËRENDE ACTIES BINNEN DE SCHOOL.

7. BESTEED IN JOUW LESSEN AANDACHT AAN E-SAFETY, alsook aan het zich preventief beschermen tegen cyberpesterijen (privacy-settings), wachtwoord-beveiliging, beschikbaarheid van content, …).

8. LAAT LEERLINGEN CREATIEF MEEWERKEN AAN DE UITVOERING VAN HET SCHOOLACTIEPLAN en betrek hen bij het ontwerpen van affiches, slogans, video-boodschappen, bevragingen van andere leerlingen, …

9. STEL SAMEN MET DE LEERLINGEN EEN “POSITIEF MEDIA GEBRUIK”- PROTOCOL OP en communiceer dit naar de ouders.

10. BELUISTER WELKE MELDPUNTEN EN WELK HULPAANBOD TEGEMOET KOMT AAN DE BEHOEFTEN VAN JOUW LEERLINGEN EN SPEEL DIE INFO DOOR AAN DE WERKGROEP (CYBER)PESTEN BINNEN JULLIE SCHOOL. Vraag hun feedback op het bestaande ondersteuningsaanbod binnen en buiten de school (zie lijst met websites).

 

Eén van mijn leerlingen wordt gecyberpest. Wat nu?

1. ZOEK GESCHIKTE GESPREKSOMSTANDIGHEDEN (TIJD, RUIMTE) om met het slachtoffer in gesprek te gaan.  Maak duidelijk dat de school er alles aan zal doen om er voor te zorgen dat de veiligheid en het vertrouwen van de leerling wordt hersteld.

2. NEEM HET VERHAAL VAN DE LEERLING ERNSTIG. Beluister wat er juist speelt en ga samen op zoek naar patronen. Informeer naar wat het slachtoffer tot dusver ondernam en pols naar wat hij/zij voelt, denkt en wilt dat er nu (niet) gebeurt.

3. DEEL DE BEZORGDHEID VAN DE LEERLING (EN ZIJN/HAAR OUDERS) en verduidelijk de doelgerichtheid van de schoolaanpak en de concrete manier waarop de school haar verantwoordelijkheid denkt te moeten opnemen (procedure/aanpakmethoden/timing).

4. INFORMEER WELKE ACTIES DE LEERLING TOT HIERTOE ONDERNOMEN HEEFT en welke hiervan door de leerling als (meer) succesvol werden ervaren.

5. PRIJS DE LEERLING OMDAT HIJ/ZIJ HET PROBLEEM HEEFT DURVEN AANKAARTEN. Maak duidelijk dat het belangrijk is om op te komen voor zichzelf. Beschuldig het slachtoffer niet, maar wijs op de verantwoordelijkheid van de pestkoppen en de omstaanders.

6. BEKIJK MET DE BETROKKEN LEERLING WAT HIJ/ZIJ ZELF KAN ONDERNEMEN om het risico op nieuwe cyberpesterijen zo klein mogelijk te houden:

  • De cyberpestkop op een assertieve manier duidelijk maken dat hij/zij moet stoppen en dat zijn/haar manier van doen ongehoord is.
  • Het eigen wachtwoord wijzigen en in geen geval (meer) doorspelen aan derden, zelfs niet aan zijn/haar allerbeste vriend(in).
  • Degene die het pestgedrag stelt ontvrienden op SNS, blokkeren en dus geen toegang meer geven.
  • Voortaan gebruik maken van een nickname, zeker in contact met niet-vrienden.
  • In geen geval wraak nemen (omdat dit tot een verdere escalatie kan leiden).
  • Bewijsmateriaal verzamelen en opslaan.
  • Steun zoeken bij betrouwbare, nabije personen (ouders, vertrouwensleerkracht, vrienden, …) en met hen in gesprek gaan.
  • Bij ernstige incidenten en bedreigingen: klacht neerleggen bij de school en/of bij de lokale politie.
  • Melding maken van wat zich voordoet bij de provider van het gebruikte platform.

7. ROND HET GESPREK MET DE LEERLING AF EN OVERLOOP ALLE GEMAAKTE AFSPRAKEN (wie zal wat doen, tegen wanneer?)

8. ORGANISEER EVENTUEEL EEN TUSSENKOMST OP KLASGROEP-NIVEAU (“no blame” aanpak of steungroepmethode, herstelcirkel, klasthermometer, PIKAS-methode) en maak op basis daarvan nieuwe klas-afspraken of –regels.

9. MAAK METEEN OOK AFSPRAKEN VOOR NAGESPREKKEN MET DE BELANGRIJKSTE BETROKKENEN en feliciteer hen voor alle geboekte vooruitgang.

10. ZOEK SAMEN MET DE BETROKKEN LEERLING NAAR STEUNFIGUREN UIT ZIJN/HAAR OMGEVINGdie hem/haar kunnen helpen bij de opvolging van de gemaakte afspraken.

 

Eén van mijn leerlingen is een cyberpestkop. Wat nu?

1. KIES VOOR GESCHIKTE GESPREKSOMSTANDIGHEDEN (TIJD, RUIMTE) om met de (mede)pestkop in gesprek te gaan.

2. BEKIJK OP VOORHAND OF JE KIEST VOOR EEN CONFRONTERENDE OF NIET-CONFRONTERENDE (EN DUS ZUIVER PROBLEEMOPLOSSENDE) AANPAK en houd je aan de gemaakte keuze. Verduidelijk het gespreksopzet bij aanvang van het gesprek.

3. INDIEN GEKOZEN WORDT VOOR EEN CONFRONTERENDE AANPAK: CONFRONTEER DE (MEDE)PESTKOP MET WAT HIJ/ZIJ GEDAAN HEEFT (bewijsmateriaal, getuigenis leerkracht, …) en plaats zijn handeling(en) tegen de achtergrond van het schoolreglement en de wetgeving. Expliciteer waarom het gedrag niet door de beugel kan en wijs op de noodzaak om hier meteen een eind aan te stellen.

4. GEEF DE (MEDE)PESTENDE LEERLING DE KANS OM ZIJN/HAAR BETROKKENHEID TOE TE LICHTEN.Vraag door naar zijn/haar gedachten, gevoelens en wensen bij wat gebeurd is.

5. EXPLICITEER (MET TOESTEMMING VAN HET SLACHTOFFER) DE IMPACT VAN DE (CYBER)PESTERIJEN OP HET SLACHTOFFER (EN DE GROEP). Wijs op de nadelige gevolgen voor de (mede)pestkop.

6. BEKIJK OF DE AARD EN DE GEVOLGEN VAN DE (CYBER)PESTERIJEN NOODZAKEN TOT EEN GESPREK MET DE OUDERS VAN DE PESTKOP. Betrek hen, zo nodig, bij het gesprek.

7. MAAK DUIDELIJK DAT DE (CYBER)PESTKOP ZIJN VERANTWOORDELIJKHEID MOET OPNEMEN.Hij/zij krijgt de opdracht om stappen te zetten die de veiligheid van het slachtoffer opnieuw garanderen en er voor zorgen dat de schade en het geschonden vertrouwen opnieuw worden hersteld.  Ouders en andere steunfiguren mogen geraadpleegd worden bij het zoeken naar deze herstelgerichte maatregelen.

8. STEL EEN HERSTEL-OVEREENKOMST OP WAARIN HET ENGAGEMENT VAN DE (MEDE)PESTKOP WORDT WEERGEGEVEN, samen met de namen van de steunfiguren en de periode waarbinnen de gemaakte voorstellen gerealiseerd moeten worden.

9. WIJS DE (MEDE)PESTKOP OP DE MOGELIJKHEID OM GECOACHT OF BEGELEID TE WORDEN bij het uitvoeren van zijn verbintenis en bij wie hij/zij hiervoor terecht kan.

10. MAAK DE AFSPRAAK VOOR EEN VERVOLGGESPREK (OP KORTE TERMIJN) dat gericht is op het evalueren van de gemaakte afspraken.

LEES MEER OVER

Print Friendly, PDF & Email

Reageren is niet mogelijk